Terug naar blogHond zelf scheren en trimmen: de complete gids

    Hond zelf scheren en trimmen: de complete gids

    1 juli 2026

    Hond zelf scheren en trimmen: de complete gids

    Kort antwoord: Je kunt je hond zelf scheren als het vachttype het toelaat. Krulvachten, zijdeachtige langharige vachten en ruwharige rassen kun je thuis onder handen nemen; honden met een dubbele vacht scheer je in principe niet. Was en droog de vacht volledig, ontklit hem, kies een scheerkop van 1,5 tot 9,5 mm en werk mee met de haarrichting.

    Laatst bijgewerkt: 19 augustus 2026 — auteur: Team Clipr, het team achter Clipr.nl dat dagelijks hondentondeuses, scheerkoppen en trimgereedschap test en levert aan Nederlandse hondeneigenaren en trimsalons.

    Zelf trimmen scheelt honderden euro's per jaar, maar het gaat mis zodra je met de verkeerde kop of op een vuile vacht begint. Deze gids loopt vachttype, tondeuse, snijlengte, stappenplan, detailwerk en onderhoud langs, en verwijst per onderwerp door naar het artikel waarin het wordt uitgediept. Alle adviezen gelden voor de Nederlandse situatie.

    In het kort

    • Zelf scheren kan bij krulvachten, zijdeachtige langharige vachten en ruwharige rassen; bij een dubbele vacht (husky, herder, spitstypes) niet zonder medische reden.
    • Scheer nooit een vuile, natte of vervilte vacht: wassen, volledig drogen, ontklitten en dan pas scheren.
    • De nummering loopt omgekeerd: #10 laat 1,5 mm staan, #4F 9,5 mm. Opzetkammen geven 3 tot 25 mm.
    • Een trimbeurt kost in Nederland doorgaans enkele tientjes tot ruim honderd euro; een eigen set verdient zich meestal binnen 4 tot 10 beurten terug.
    • Controleer de scheerkop elke 2 à 3 minuten tegen je pols, werk mee met de haarrichting en trek de huid strak bij oksels, liezen en oorbases.

    Mag je je hond zelf scheren?

    Ja. Er is in Nederland geen regel die trimmen aan een salon voorbehoudt, en met een fatsoenlijke tondeuse en de juiste techniek haal je thuis een net resultaat. Voorwaarde is dat je weet welk vachttype je onder handen hebt. In drie situaties doe je het beter niet zelf.

    1. Een dubbele vacht zonder medische reden. Duitse herder, husky, Berner sennen, border collie en spitstypes hebben een dichte ondervacht onder langere dekharen. Die lagen isoleren tegen kou én hitte, en groeien na scheren niet altijd in dezelfde verhouding terug: je houdt een pluizige ondervacht over zonder beschermende dekharen. Kam de ondervacht uit.
    2. Een vervilte vacht. Kom je met je vingers niet meer tot op de huid, dan ligt er een viltlaag die als een deken op de huid drukt, met daaronder vaak geïrriteerde huid. Een tondeuse duwt het vilt omhoog en trekt aan de huid; snijwonden ontstaan hier het snelst. Zwaar vervilte honden horen bij de salon.
    3. Huidproblemen. Kale plekken, korstjes, hotspots of obsessief krabben: eerst naar de dierenarts, dan pas de tondeuse. Scheren over ontstoken huid verergert de klacht en maakt de diagnose lastiger.

    Verder geldt: rustig werken, scherp gereedschap, schone droge vacht, en je kunt dit zelf.

    Welk vachttype heeft je hond?

    Het vachttype bepaalt of je mag scheren, welke snijlengte je pakt en hoe vaak je aan de slag moet. Voel eerst: zit er onder het bovenhaar een tweede, wollige laag? Dubbele vacht. Voelt het als schapenwol? Krulvacht. Stug en borstelig? Ruwhaar.

    VachttypeZo herken je hetVoorbeeldrassenScheren geschikt?
    KrulvachtVeert terug, klit snel, ruit nauwelijksPoedel, labradoodle, cockapoo, bichonJa, hét scheervachttype. Meestal #4F (9,5 mm) of opzetkam
    Dubbele vachtWollige ondervacht onder stuggere dekharenDuitse herder, husky, Berner sennen, border collieNee, alleen op advies van de dierenarts. Kammen en ontwollen
    Ruw/draadharigStug en borstelig, met baard en wenkbrauwenBorder terriër, schnauzer, drentse patrijs, ruwhaar jack russellLiever plukken; scheren maakt de vacht zachter en doffer
    Zijdeachtig/langGlad en glanzend, hangt langs het lijfYorkshire terriër, shih tzu, maltezer, cocker spaniëlJa. Vaak #7F (3,2 mm) tot #4F (9,5 mm)
    Kortharig gladKort, strak tegen het lijf, nauwelijks ondervachtLabrador, beagle, boxer, staffordshire, dobermannNiet nodig. Alleen borstelen

    De regel: vachten die dóórgroeien hebben een tondeuse nodig, vachten die ruien een borstel of ondervachthark. Zit je hond ertussenin, kijk dan hoe snel hij klit: binnen twee weken weer dicht betekent scheerbaar. Welke tondeuse per vachtsoort past, staat in hondentondeuses per vachttype.

    Wanneer moet je wel en niet scheren?

    Scheren is functioneel, geen vast ritueel. Je scheert als de vacht doorgroeit en klit, als de vacht rond anus en liezen hygiënisch een probleem wordt, als je hond op medisch advies kaal moet, of als de vacht zo dicht is dat de huid eronder lijdt. Níet omdat het warm weer is.

    Dat laatste is de hardnekkigste misvatting in Nederland. Honden koelen via hijgen en de voetzolen, niet via de huid. Bij een dubbele vacht isoleert de lucht tussen ondervacht en dekharen in twee richtingen: warmte binnen in de winter, hitte buiten in de zomer. Scheer je die weg, dan komt de zon rechtstreeks op een huid die daar nooit aan blootgesteld is geweest.

    Daar komt post-clipping alopecia bij: na het scheren van een dubbele vacht komt de vacht soms maandenlang niet of onvolledig terug. De ondervacht groeit meestal wel, de dekharen niet of trager, waardoor de hond een wollige, doffe vacht met kale plekken overhoudt. Het treft niet elke hond en is niet te voorspellen; juist daarom is het risico het niet waard.

    Bij krul- en langharige vachten is een zomercoupe wél zinvol: die isoleren nauwelijks en klitten sneller door zwemmen en zand, en met 6 tot 10 mm resterend haar houd je zonbescherming over. Wat per vachttype helpt tegen de warmte lees je in je hond scheren in de zomer.

    Welke tondeuse heb je nodig?

    Een hondentondeuse is geen zwaardere kaptondeuse. Hondenhaar is dikker, taaier en zit vol ondervacht, en dat vraagt een motor die op koppel is gebouwd. Let op vijf punten.

    Vermogen en koppel. Niet het aantal watt telt, maar of de motor op snelheid blijft in dikke vacht. Een tondeuse die hoorbaar inzakt bij de flanken trekt haren, en zo leert je hond dat de tondeuse pijn doet.

    Koeling. Een warme motor geeft die warmte door aan de scheerkop en dus aan de huid; goede tondeuses voeren die af via ventilatie en behuizing.

    Gewicht en balans. Je houdt dit apparaat tien tot veertig minuten vast in een gebogen houding; licht en uitgebalanceerd voorkomt dat je pols verkrampt.

    Geluid en trilling. Voor angstige honden doorslaggevend, en trilling weegt daarbij zwaarder dan decibellen.

    Accu of snoer. Met een accu ben je vrij in je bewegingen, met een snoer heb je onbeperkte looptijd. Voor thuisgebruik wint de accu, mits je twee accu's hebt zodat je niet stilvalt als er één leeg is. De Clipr Ultimate is daarom een 2-speed accutondeuse met twee accu's. De afweging staat volledig in accutondeuse of snoertondeuse.

    Eén term moet je kennen: A5. Een A5-scheerkop is een universele, verwisselbare scheerkop die op vrijwel alle professionele hondentondeuses past. A5 is geen merk maar een vormstandaard: koppen en opzetkammen van alle merken passen erop, ook op je volgende tondeuse. Twijfel je, loop dan de keuzehulp door of bekijk de hondentondeuses.

    Scheerkop of opzetkam: welke lengte kies je?

    De nummering loopt omgekeerd: hoe hoger het nummer, hoe korter het haar dat blijft staan. Het nummer verwijst naar de fijnheid van de vertanding, niet naar de lengte: een #10 heeft fijnere tanden en knipt dichter bij de huid dan een #4F. Onthoud het als: het nummer telt op, de lengte telt af.

    Een scheerkop knipt op een vaste lengte. Een opzetkam klik je op een korte basiskop, meestal een #10, en houdt de tondeuse verder van de huid zodat er meer haar blijft staan. Kort en exact werk doe je met een scheerkop, langere lengtes met een opzetkam.

    Kop of kamSnijlengteWaar gebruik je hem voor
    #101,5 mmBuik, liezen, oksels, hygiënisch werk, oorbases; basiskop onder opzetkammen
    #7F3,2 mmKorte zomercoupe op de romp; spaniëls, terriërs, licht geklitte vacht
    #5F6,3 mmKorte vacht die nog niet kaal oogt; romp van cockapoos en labradoodles
    #4F9,5 mmLangste standaardlengte; doodles, poedels, romp van langharige rassen
    Opzetkam3 tot 25 mmAlles langer dan 9,5 mm en overgangen tussen lichaamsdelen

    Beginnersadvies: start met de langste kop of kam die je overweegt. Korter kan altijd nog, langer niet. Alle A5-nummers met millimeters staan in opzetkam of scheerkop: alle snijlengtes; losse koppen vind je bij scheerkoppen.

    Wat heb je verder nodig?

    Een tondeuse alleen is niet genoeg; het meeste werk zit in de voorbereiding.

    • Kam met grove en fijne tanden: hiermee controleer je of de vacht klitvrij is voordat de tondeuse erop mag.
    • Uitdunkam of ondervachthark: haalt losse ondervacht eruit zonder de dekharen te beschadigen. Onmisbaar bij dubbele vachten.
    • Trimschaar en effileerschaar: voor de afwerking rond poten, oren en staart en om scheerlijnen weg te werken. Zie trimscharen.
    • Trimtafel of antislipmat: een hond die wegglijdt kan niet stilstaan. Een trimtafel op werkhoogte spaart je rug.
    • Tondeuse-olie en reinigingsspray: olie tussen de bladen, spray tegen haar en huidvet. Zie verzorging.
    • Waterblazer of föhn op koude stand: drogen tot in de ondervacht. Een waterblazer blaast het water eruit en halveert de droogtijd.
    • Nagelknipper en zachte snoepjes: nagels doe je in dezelfde sessie, en beloon tussendoor.
    BasisuitrustingUitgebreid (regelmatig zelf trimmen)
    Tondeuse met A5-aansluitingIdem, plus tweede accu
    Eén scheerkop (#10)Set koppen: #10, #7F, #5F, #4F
    Set opzetkammenIdem, plus losse maten voor overgangen
    Kam en borstelKam, borstel, ondervachthark, uitdunkam
    AntislipmatTrimtafel met beugel
    Tondeuse-olieOlie, reinigingsspray, koelspray
    HanddoekWaterblazer
    TrimschaarTrimschaar, effileerschaar, gebogen schaar

    Hulpstukken en opzetkammensets, waaronder de 9-delige Clipr opzetkammenset voor de A5-scheerkop, staan bij accessoires.

    Hoe scheer je je hond stap voor stap?

    Reken op 30 tot 60 minuten voor een middelgrote krulvacht, exclusief wassen en drogen.

    1. Wassen. Was met hondenshampoo en spoel volledig uit; shampooresten maken de vacht plakkerig en verstoppen je scheerkop.
    2. Volledig drogen. De stap die het vaakst wordt overgeslagen. Vochtig haar klontert tussen de tanden, waardoor de tondeuse trekt in plaats van knipt. Droog tot in de ondervacht.
    3. Ontklitten. Kam de hond door tot je overal moeiteloos tot op de huid komt. Een klit die niet uitkamt, knip je eruit of scheer je eromheen. Nooit met de tondeuse door een klit heen.
    4. Werkplek klaarzetten. Tafel of antislipmat op werkhoogte, goed licht, tweede accu klaar.
    5. Volgorde aanhouden. Werk van rustig naar gevoelig: nek, rug, flanken, borst, buik, poten en als laatste het hoofd. Zo is je hond aan het geluid gewend voor je bij de gevoelige plekken komt.
    6. Techniek. Houd de tondeuse plat tegen de huid, niet met de punt erin, en werk mee met de haarrichting in lange, rustige halen. Duw niet, en trek de huid strak bij oksels, liezen en oorbases.
    7. Warmte-controle. Houd de scheerkop elke 2 à 3 minuten tegen de binnenkant van je pols. Te warm voor je pols is te warm voor de huid: leg hem weg of gebruik koelspray.
    8. Detailwerk en nazorg. Werk poten, oren en snuit af, borstel de losse haren eruit, controleer de huid op rode plekken en beloon je hond. Reinig en olie de tondeuse.

    Het volledige stappenplan met de snijrichtingen per lichaamsdeel staat in hond scheren stap voor stap.

    Detailwerk: poten, oren en snuit

    De romp is het makkelijke deel. Poten, oren en snuit zijn klein, bewegen mee en hebben dunne huid. Gebruik hier een kleine, stille trimmer met een smalle kop, zoals de Clipr MiniTrim, of een schaar met afgeronde punten.

    Poten. Zet de poot in je hand en spreid de tenen. Scheer de haren tussen de voetkussentjes weg met een korte kop: dat haar verzamelt zand en strooizout en laat de hond wegglijden op gladde vloeren. De haren rondom de voet knip je met de schaar in een ronde lijn. Let op de zwemvliezen tussen de tenen.

    Oren. De oorschelp is dun genoeg om er licht doorheen te zien. Leg je vlakke hand erachter als steun en scheer met lichte druk mee met de haarrichting. Ga nooit met een tondeuse in de gehoorgang; haar daarin laat je met rust of laat je door de dierenarts behandelen.

    Snuit. Werk met de haarrichting, van ogen naar neus, en houd de kop met je vrije hand vast. Rond de ogen gebruik je uitsluitend een schaar met afgeronde punten, met je vingers als afstandhouder. Snorharen laat je staan: dat zijn tastorganen.

    De veilige techniek per lichaamsdeel staat in pootjes, oren en snuit trimmen.

    Hoe went je hond aan de tondeuse?

    Angst ontstaat bijna altijd door een slechte eerste ervaring: een hete kop, een bot mes dat trekt, of te lang doorgaan. Afleren kost weken, voorkomen kost vijf korte sessies.

    1. Laat de tondeuse eerst uit staan. Leg hem neer, laat je hond eraan snuffelen en beloon. Twee dagen, telkens een minuut of twee.
    2. Zet hem aan op afstand. Aan de andere kant van de kamer, kort, en beloon zolang je hond ontspannen blijft. Kom dichterbij zodra hij het geluid negeert.
    3. Raak aan met de achterkant. Zet de tondeuse aan en raak je hond aan met de behuizing, niet met het mes: zo went hij aan de trilling zonder dat er geknipt wordt. Begin bij de schouder, nooit bij hoofd of poten.
    4. Scheer één streek. Eén haal over de rug, dan uitzetten, belonen en stoppen. De sessie eindigt terwijl je hond nog ontspannen is.
    5. Bouw op in duur, niet in intensiteit. Elke sessie een halve minuut langer, en trek nooit een sessie door omdat je bijna klaar bent.

    Voor honden die al bang zijn is er een langzamer traject met tegenconditionering; dat staat uitgewerkt in hond bang voor de tondeuse.

    Hoe onderhoud je je tondeuse?

    De meeste tondeuses die "kapot" heten zijn vies en droog. Onderhoud kost twee minuten per sessie.

    Oliën. Een paar druppels olie op de tanden, tien seconden aanzetten zodat de olie zich verdeelt, overschot afvegen. Doe dit vóór, tijdens en na elke beurt. Zonder olie lopen de bladen droog, worden ze heet en zijn ze snel stomp.

    Reinigen. Borstel na afloop de haartjes tussen de tanden weg en spuit de kop schoon met reinigingsspray. Haar met huidvet vormt een laagje dat de bladen uit elkaar duwt.

    Opbergen. Droog, in een koffer of doos, scheerkoppen los van elkaar: metaal tegen metaal beschadigt de snijranden en roest ontstaat snel in een vochtige bijkeuken.

    Accuzorg. Berg accu's niet leeg op en laat ze niet wekenlang aan de lader hangen. Gebruik ze om de paar weken even, ook als je niet trimt.

    Een bot mes herken je aan vijf signalen: de tondeuse trekt aan de haren, het resultaat wordt streperig terwijl je techniek gelijk blijft, je moet twee of drie keer over dezelfde plek, de kop wordt sneller warm dan vroeger, en het geluid wordt zwaarder. Herken je er twee of meer, dan is slijpen of vervangen aan de orde. Het onderhoudsschema staat in je tondeuse onderhouden; wanneer slijpen nog loont lees je in scheermesjes vervangen.

    Speciale gevallen: doodles en krulvachten

    Doodles zijn de lastigste groep, en niet omdat de vacht moeilijk te scheren is. De vacht verschilt per hond, zelfs binnen één nest: de ene labradoodle heeft een wollige poedelvacht die binnen twee weken dichtklit, de andere een golvende vacht met wat ondervacht die ruit.

    Wat bij vrijwel elke doodle geldt: de vacht groeit door en ruit nauwelijks, dus los haar blijft hangen en vormt vilt. Dat gebeurt het snelst waar wrijving is: achter de oren, in de oksels, de liezen en rond de halsband. Vijf minuten per dag kammen op die plekken voorkomt uren trimwerk.

    Praktisch: begin al op puppyleeftijd met korte trimsessies, ook als er nauwelijks vacht is, zodat de tondeuse normaal wordt. Kam tot op de huid, niet alleen over de bovenlaag. Scheer met een #4F (9,5 mm) of een opzetkam vanaf 13 mm voor een pluizige coupe, met een interval van 4 tot 8 weken. Is de vacht toch vervilt, ga dan niet zelf snijden: een korte coupe bij de trimsalon is dan de enige veilige uitkomst. De aanpak per doodle-vachtsoort staat in doodle trimmen.

    Hoe vaak moet je je hond trimmen?

    De frequentie hangt af van het vachttype en van het onderhoud tussendoor. Dit zijn vuistregels voor gemiddelde honden in Nederland.

    Vachttype / rasZelf trimmen thuisTrimsalon
    Krulvacht (poedel, bichon, lagotto)Elke 4 tot 6 wekenElke 6 tot 8 weken
    DoodlesElke 4 tot 8 weken, dagelijks kammenElke 6 tot 8 weken
    Zijdeachtig/lang (shih tzu, maltezer, yorkie)Elke 6 tot 8 wekenElke 8 tot 10 weken
    Ruw/draadharig (schnauzer, border terriër)Plukken elke 8 tot 12 wekenElke 10 tot 12 weken
    Dubbele vacht (herder, husky, sennen)Niet scheren; wekelijks kammen, in de rui dagelijksOntwollen 2 tot 4 keer per jaar
    Kortharig glad (labrador, beagle, boxer)Niet scheren; wekelijks borstelenAlleen wassen indien gewenst

    Tussendoor bijwerken van buik, liezen, voetzolen en de haren rond de ogen is vaak genoeg om de vacht netjes te houden. Dat kost tien minuten en verlengt het interval merkbaar.

    Wat kost zelf trimmen versus de trimsalon?

    Eerlijk rekenen: zelf trimmen is goedkoper, maar niet meteen. Een trimbeurt kost in Nederland doorgaans enkele tientjes voor een kleine, goed onderhouden hond tot ruim honderd euro voor een grote of vervilte hond. Vervilting kost vrijwel overal een toeslag. Dit zijn indicaties, geen tarieven: vraag bij je eigen salon na.

    Reken daarom niet in euro's maar in beurten. Een complete thuisset (tondeuse met twee accu's, scheerkoppen, opzetkammen, kam, schaar, olie en antislipmat) kost ongeveer evenveel als 4 tot 10 trimbeurten. Moet je krulvacht elke 6 weken, dan zijn dat zo'n 8 beurten per jaar en ben je er binnen het eerste jaar uit. Hoeft je hond maar drie keer per jaar, dan duurt het twee tot drie jaar.

    De doorlopende kosten zijn laag: olie, reinigingsspray en shampoo zijn de enige verbruiksartikelen, en een scheerkop slijpen of vervangen is bij thuisgebruik eens per één tot twee jaar. Reken wel op tijd: een middelgrote krulvacht kost inclusief wassen en drogen al snel anderhalf tot twee uur.

    Een tussenweg werkt goed: twee keer per jaar naar de salon voor de complete beurt en zelf de buik, liezen, voetzolen en het gezicht bijwerken. Daarmee halveer je de kosten zonder dat je alles meteen onder de knie hoeft te hebben.

    Veelgemaakte fouten bij zelf scheren

    FoutWat er misgaatCorrectie
    Scheren op een vuile of natte vachtVacht klontert tussen de tanden, tondeuse trekt en wordt heetEerst wassen en volledig drogen
    Door een klit heen scherenDe klit tilt de huid op, het mes raakt de huidKlit uitkammen, uitknippen of eromheen scheren
    Een dubbele vacht scheren voor de zomerIsolatie weg, kans op verbranding en post-clipping alopeciaOndervacht uitkammen in plaats van scheren
    Tegen de haarrichting in werkenStreperig resultaat, zichtbare banenMee met de haarrichting, in lange rustige halen
    De scheerkop niet op warmte controlerenBrandplekken, vooral op buik en liezenElke 2 à 3 minuten tegen je pols houden
    Beginnen bij hoofd of potenHond schrikt bij het gevoeligste deelBeginnen bij nek en rug, hoofd en poten als laatste
    Duwen met de punt van de tondeuseSnijwonden en dieper knippen dan bedoeldPlat houden en de huid strak trekken
    Te korte kop kiezen "voor de zekerheid"Kale hond, geen zonbeschermingBegin met de langste kop die je overweegt
    Geen olie gebruikenBladen lopen droog, worden heet en slijten snelOliën vóór, tijdens en na elke beurt
    Doorgaan tot alles klaar isHond raakt overprikkeld en associeert de tondeuse met stressSessies van 15 tot 20 minuten

    Wanneer ga je toch naar de trimsalon?

    Zelf trimmen is niet altijd de juiste keuze, en dat toegeven scheelt je hond een vervelende ervaring.

    • Zware vervilting. Komt een kam nergens meer tot op de huid, dan moet de vacht er in één laag onderuit met een korte kop. Dat is werk voor ervaren handen.
    • Huidproblemen, wondjes of onbekende bulten. Eerst de dierenarts, daarna eventueel de salon.
    • Rasspecifieke coupes. Een correcte poedelcoupe of schnauzerpatroon leer je niet uit een gids. Laat het één keer doen en kijk mee.
    • Honden die niet stil kunnen staan. Een hond die panisch is of naar de tondeuse hapt, is thuis op een tafel niet veilig.
    • Oude honden of honden met gewrichtsklachten. Lang stilstaan is zwaar; een salon kan de beurt opknippen.
    • Ruwharige rassen die geplukt moeten worden. Plukken houdt kleur en structuur intact; scheren maakt de vacht permanent zachter en doffer.

    Zo kies je jouw set

    Wat je nodig hebt hangt af van drie dingen: vachttype, formaat van je hond en hoe vaak je gaat trimmen. Weet je die niet zeker, loop dan de keuzehulp door: een paar vragen over je hond en je krijgt de tondeuse, scheerkoppen en opzetkammen die bij die combinatie horen.

    Veelgestelde vragen

    Kun je een hond zelf scheren zonder ervaring?

    Ja, mits het vachttype het toelaat. Krulvachten, zijdeachtige langharige vachten en gemengde doodle-vachten kun je als beginner thuis scheren. Begin met een lange scheerkop (#4F, 9,5 mm), werk mee met de haarrichting en houd de eerste sessies kort. Honden met een dubbele vacht scheer je niet zonder medisch advies.

    Welke scheerkop gebruik ik als ik er maar één koop?

    De #10, met een snijlengte van 1,5 mm. Hij is kort genoeg voor buik, liezen, oksels en hygiënisch trimwerk, en hij is de standaard basiskop waarop je opzetkammen klikt. Met een #10 plus een set opzetkammen dek je in de praktijk alle lengtes van 1,5 tot 25 mm af.

    Hoe vaak moet ik mijn hond zelf trimmen?

    Een krulvacht elke 4 tot 6 weken, doodles elke 4 tot 8 weken, langharige zijdeachtige vachten elke 6 tot 8 weken en ruwharige rassen elke 8 tot 12 weken plukken. Dubbele en kortharige vachten scheer je niet: die borstel of kam je wekelijks, in de ruiperiode dagelijks.

    Is zelf trimmen goedkoper dan de trimsalon?

    Op termijn wel. Een trimbeurt kost in Nederland doorgaans enkele tientjes tot ruim honderd euro, afhankelijk van formaat, vacht en regio. Een complete thuisset kost ongeveer evenveel als 4 tot 10 beurten, dus bij een hond die elke 6 weken moet, verdient de set zich meestal binnen het eerste jaar terug.

    Delen: